HISTORISCH OVERZICHT
1880
Onstaan van het zionisme*, vooral bij de verdrukte Joden in Rusland en Polen.
1896
Verschijnen van 'Der Judenstraat' ('Ontwerp voor een moderne oplossing van het Jodenvraagstuk')
door Theodor Herzl, grondlegger van het politieke zionisme.
1908
De eerste Joden verstigen zich in Palestina, het land van de Palestijnen, dat tot het Turkse rijk behoort,
en stichten Tel Aviv.
1917
De Britten veroveren Palestina op de Turken, die aan de zijde van de Duitsers vechten in de Eerste Wereldoorlog.
1917
Balfour-Declaration, waarbij de Britse minister aan de Joden een 'nationaal tehuis in Palestina' belooft,
met inachtneming van de rechten van de plaatselijke bevolking.
1920
Palestina wordt als mandaatgebied aan Groot-Brittanni� toegewezen.
1921
Eerste botsingen tussen Arabieren en immigrerende Joden in Palestina.
1929
Gewelddadige pogrom* door de Arabieren, met 150 joodse slachtoffers.
1933
Versnelde joodse immigratie in Palestina, vanwege de jodenvervolging in Duitsland.
1937
20% van de inwoners van Palestina zijn joden.
1945-1947
Golf van illegale immigranten, onder meer afkomstig uit Duitse concentratiekampen, en bloedige botsingen
tussen Arabieren en Joden.
V.N.-resolutie over de verdeling van Palestina in een Joods en een Arabisch deel.
1948
14 mei: be�indigen van het Britse mandaat, en verdeling van Palestina in 2 staten. De Joden stichten de staat Israel.
15 mei: Eerste oorlog. Inval van de Arabische buurlanden in Israel, dat de invallers terug kan drijven.
1949
Wapenstilstand. Israel heeft een deel van het aan de Arabieren toegewezen gebied veroverd.
Er wonen nu 700 000 Joden en 180 000 Palestijnen in Israel.
1956
Tweede oorlog. Egypte sluit de golf van Akaba af
en Israel valt Egypte binnen. Israel bezet het Sina�schiereiland en Groot-Brittanni� en Frankrijk de Suezkanaalzone.
Israel wordt door de V.N. verplicht zijn troepen terug te trekken,
maar krijgt gedaan dat aan de Isra�lisch-Egyptische grens een V.N.- politiemacht ge�nstalleerd wordt.
1967
Derde oorlog. Spanningen aan Isra�lische grenzen. De oorlog breekt uit. Na zes dagen zijn de
Arabische legers verpletterd.
Bij de wapenstilstand is het staatsgebied van Israel verviervoudigd, en wonen er,
naast 2,4 miljoen joden, ook 1,4 miljoen Arabieren.
1968
Tot heden. Herhaalde guerrilla-acties en Isra�lische vergeldingsacties in de grensgebieden.
1970
September: De Palestijnse verzetsgroepen worden uit Jordani� verjaagd.
1973
Oktoberoorlog tussen Isra�l en Egypte en Syri�.
1974
Akkoorden over troepenscheiding; begin vredesoverleg.
De geschiedenis van het joodse volk begint meer dan 4000 jaar geleden in een gebied dat ook
wel de "Vruchtbare Maansikkel" wordt genoemd en Syri�, Libanon, Jordani� en Irak omsluit.
Abraham was het stamhoofd van de Semieten in de stad Ur (nu Irak). Daar kreeg Abraham de
opdracht van God te reizen naar het land dat God hem en zijn nakomelingen zou geven.
Dit is het land Kana�n, ongeveer het gebied dat we nu Isra�l noemen. Het volk van Abraham is
het eerste volk uit de geschiedenis waarvan bekend is dat het maar ��n God aanbad.
Uit Abrahams kleinzoon Jacob werden twaalf zonen geboren. Dit waren de leiders
van de twaalf stammen in Kana�n.
(BRON: Genesis, het eerst bijbelboek.)
Er was hongersnood in Kana�n en daarom trokken enkele Hebree�n (Isra�lieten) rond het jaar 1700 v.C.
naar Egypte. In het begin hadden de Hebree�n het best goed in Egypte, maar naarmate het volk
groter werd zag de Farao hen als een bedreiging. De Hebree�n werden tot slaven gemaakt en
werkten ondermeer aan het bouwen van de piramiden. Na ongeveer 400 jaar van slavernij was
het Mozes die van God de opdracht had gekregen om het volk uit Egypte te leiden en terug naar
het "Beloofde Land". Deze uittocht vond rond 1250 v.C. plaats. De Hebree�n trokken 40 jaar
door de woestijn en ontvingen daar de Thora met de 10 Geboden.
(BRON: Exodus, het tweede bijbelboek.)
De Isra�lieten kwamen weer aan in Kana�n, maar raakten slaags met andere stammen waaronder
de Filistijnen, een volk vechtlustige zeerovers. Er volgden vele oorlogen tussen de Filistijnen
en de Isra�lieten. In ca. 1020 v.C. kreeg Isra�l zijn eerste koning. Het was koning Saul.
In die tijd was het de schaapsherder David die de Filistijnse reus Goliath wist te verslaan,
hij werd koning. Koning David (ca. 1000-965 v.C.) wist de Filistijnen te verslaan
en maakte Jeruzalem tot de hoofdstad van Isra�l. De zoon van David, die Salomon heette,
volgde zijn vader op in 965 v.C. Salomon liet een Tempel bouwen op wat nu de Tempelberg heet,
in Jeruzalem. Deze Tempel vormt het hart van het joodse volk en zijn verbond met God.
Isra�l was omringd door machtige rijken en er liepen vele belangrijke handelsroutes door het land.
Dit had tot gevolg dat er steeds weer buitenlandse heersers waren die het land wilden veroveren.
De Assyri�rs veroverden Isra�l in 722 v.C. De Babyloni�rs versloegen vervolgens de Assyri�rs in 630 v.C.
Isra�l werd veroverd door de Babyloni�rs en in 587 v.C. werd de Tempel verwoest. In 539 v.C.
veroverden de Perzen het Babylonische rijk. De verbannen joodse elite en priesters mochten
terugkeren naar Jeruzalem en de 2e Tempel werd gebouwd. In 70 n.C. heroverden de Romeinen
Jeruzalem en maakten het met de grond gelijk. Van de 2e Tempel blijft alleen de Westelijke Muur,
de Klaagmuur, overeind. De meeste joden werden uit Isra�l verbannen. Het begin van de diaspora*
(=verstrooiing) van de joden over de wereld. Om het land te ontdoen van
de joodse identiteit veranderden de Romeinen de naam van Judea in Palestina, afgeleid van de Filistijnen.
Een groot misverstand is dat de Joden na de verwoesting van de 2e Tempel werden verstrooid
over de wereld en pas weer 1800 jaar later opeens terugkeerden om hun land terug te eisen.
Zelfs na de verwoesting van de 2e Tempel en het begin van de diaspora ging het Joodse leven
in Palestina door en maakte het zelfs een bloeiende tijd door.
In 570 n.C. werd in Mekka, Mohammed geboren.
Zijn volgelingen veroverden Palestina op de Byzantijnen in 638, zes jaar na de dood van de
Mohammed. In het begin hadden de joden in Isra�l het nog redelijk goed, maar zij kregen steeds
meer restricties* (=beperkingen) en het leven van de joden werd bijna onmogelijk gemaakt.
Kalief Abd el-Malik wilde van zijn gebied een bedevaartsoord maken en bedacht dat de Tempelberg
de plek was waar Mohammed na zijn nachtelijke reis ten hemel was gegaan. Rond 700 n.C. werd
op de fundamenten van de Tweede Tempel de Rotskoepel gebouwd en later de Al Aqsa-moskee.
In 1099 trokken duizenden christenen naar Isra�l om de heilige plaatsen te "redden"
en het land te ontdoen van de ongelovigen. Deze kruistochten duurden tot 1291.
Verovering van het land in 1291 door de Mammelukken, dit zijn bevrijde slaven van de Egyptenaren.
In 1291 was er de verdrijving van de kruisvaarders en van 1517 tot 1917 was er
de Ottomaanse (Turkse) verovering. In 1880 begint een nieuwe golf van anti-joodse stemming in Europa.
In Rusland beginnen de pogroms, afschuwelijke jodenvervolgingen. Ook in de rest van
Europa neemt het antisemitisme verschrikkelijke vormen aan. Als gevolg van de pogroms*
(= jodenvervolging) in Oost-Europa ontstaat in 1882 een massa-immigratie van joden naar Isra�l,
de eerste aliyah.
De roep om een eigen joodse staat wordt door het groeiend antisemitisme steeds luider.
Er ontstaat een Zionistische beweging onder leiding van Theodor Herzl. (zionisme* = streven om de
joden naar een eigen zelfstandige, nationale staat in Palestina terug te brengen) In 1897 begint
de Eerste Zionistische Conferentie in Basel, Zwitserland. Er worden plannen gemaakt voor de
stichting van een joods tehuis in Palestina. En het Joods Nationaal Fonds werd belast met de
aankoop van land. Aan het begin van de 1e Wereldoorlog had Isra�l een joodse populatie*
(= volk) van 85.000! Chaim Weizmann, een belangrijke Zionist, weet de Britse minister van
Buitenlandse Zaken over te halen voor zijn strijd om een eigen staat. In 1917 wordt de
Balfour-declaratie getekend waarin de minister de Britse steun toezegt voor de tot stand koming
van een joodse nationale plaats voor het joodse volk in Palestina. Tegelijkertijd worden er door
anderen ook beloften gedaan aan Arabische volken die onder de Ottomaanse vlag leefden.
Het was dus duidelijk dat er moeilijkheden zouden komen als de joden hun oude land weer
terug zouden krijgen. In december 1917 bezetten de Britse troepen Palestina en eindigt de
Ottomaanse tijd. In 1920 beslist de Volkenbond dat Palestina onder Brits mandaat wordt geplaatst.
Toen begonnen ook de eerste grote anti-joodse opstanden van de Arabieren (= Palestijnen).
Steeds meer joden arriveerden in Isra�l en verrichten er wonderen. Het land dat door de Arabieren
slecht was onderhouden werd door de Joden weer leefbaar gemaakt. Er kwamen scholen,
fabrieken en boerderijen. De woestijn werd weer vruchtbaar gemaakt. Met de komst van het
nazisme kwam de 5e aliyah* (1931-1940) opgang. Ongeveer 180.000 joden vluchten naar Palestina.
Vanaf 1936 keerden de Arabieren zich tegen zowel de joden als de Britten. Om de Arabieren
tevreden te stellen werd besloten de joodse immigratie te beperken. Dit was natuurlijk in strijd
met de Balfour verklaring. Ook probeerden de Britten Hitler te vriend te houden. In 1937 stelde
de Britten voor het land te delen in twee staten, een joodse en een Arabische staat.
Dit ook weer in strijd met de Balfour verklaring. Toch accepteerden de joodse leiders het verdelingsplan.
De Arabieren wezen echter elke vorm van deling af. Het uitbreken van de oorlog tussen
Engeland en Duitsland in 1939 was het begin van de 2e Wereldoorlog waarin de Arabieren de nazi's steunden.
Ruim zes miljoen joden werden door de nazi's vermoord.
De 6e aliyah (1941-1947) bestond uit joden die op de vlucht waren voor de holocaust
en
enkele overlevenden. De Britten probeerden de Arabieren voor zich te winnen door
de immigratie van vluchtende joden naar Isra�l tegen te houden. De oorlog eindigde in 1945.
Maar ook na de oorlog speelde Groot-Brittanni� een dubieuze rol. In 1947 werd het schip "Exodus",
met aan boord 4554 overlevenden van de kampen, teruggestuurd naar Europa. Het werd duidelijk
dat Groot-Brittanni� tijdens en vlak na de oorlog vreselijke fouten had gemaakt
en
nu niet meer instaat was om dat nog goed te maken. De Britten lieten het verder over
aan de United Nations General Assembly. Deze richtte een speciale commissie op die
zich moest bezig houden met de toekomst van Isra�l.
Dit was de United Nations Special Commission of Palestine, UNSCOP.
Deze kwam met de aanbeveling het land te delen in een Arabische en een joodse staat
waarbij de verdeling van het land in overeenstemming was met de verdeling van de bevolkingsgroepen.
Jeruzalem zou onder het gezag van de VN vallen. De joden accepteerden het verdelingsplan
maar de Arabieren waren fel tegen. Zij hielden vast aan hun eis dat zij aanspraak zouden hebben
op geheel Palestina. (kaart verdelingsplan zie: http://www.cidi.nl/img/maps/kaart08.gif)
De United Nations General Assembly stemde op 29 november 1947 over het plan van UNSCOP.
Het plan werd met de vereiste tweederde meerderheid aangenomen. Direct daarop begonnen
de Arabieren op grote schaal met het plegen van moorden en aanslagen tegen de joodse bevolking.
Aanvankelijk leden de joden grote verliezen, maar uiteindelijk kregen zij toch de overhand.
Op 14 mei 1948 kwam het Britse mandaat tot een einde en werd de staat Isra�l uitgeroepen
volgens het VN verdelingsplan. David Ben Goerion werd de eerste premier van Isra�l.
Nog geen 24 uur na de uitroeping van de staat vielen de legers van Egypte, Jordani�, Syri�,
Libanon, Saoedi-Arabi� en Irak Isra�l aan. De oorlog stopte in 1949. Isra�l kwam als overwinnaar uit de strijd.
Er werd een wapenstilstand getekend met Egypte en deze kreeg de Gazastrook.
Daarna volgde een wapenstilstand met Libanon. Jordani� sloot ook een wapenstilstand
en annexeerde de Westbank. Jeruzalem werd verdeeld tussen Jordani� en Isra�l.
Syri� sloot als laatste een wapenstilstand en behield de Golan. De bedoeling was om te komen
tot een vredesovereenkomst van Isra�l met zijn buurlanden, maar daar wilden de Arabische landen niet aan.
Zij weigerden de joodse staat te erkennen. De Verenigde Naties deden dit wel.
De Egyptische president Nasser wilde zijn nederlaag van 1948 ongedaan maken.
In 1955 kreeg Egypte wapens geleverd uit communistische landen.
In 1956 sloot Egypte het Suezkanaal en de Straat van Tiran voor Isra�lische schepen.
Dit in strijd met de UN Security Council resolutie van 1951.
Het sluiten van het Suezkanaal had voor Isra�l grote economische gevolgen.
Steeds vaker waren er aanvallen van terroristen uit de Arabische buurlanden.
Ook deze werden gesteund door Egypte. Egypte nationaliseerde het Suezkanaal
en raakte daardoor in conflict met de Westerse mogendheden. In de Sinai woestijn van Egypte
ontstonden militaire basissen en Egypte sloot een militair verbond met Syri� en Jordani�.
Er was door dit alles een acuut gevaar ontstaan voor het voortbestaan van de staat Isra�l
en Isra�l was genoodzaakt Egypte aan te vallen. In acht dagen tijd wist Isra�l de Gazastrook
en de Sinai woestijn op Egypte te veroveren. In 1957 trok Isra�l zijn troepen terug maar eiste wel
vrije doorgang van het Suezkanaal en de Staat van Tiran. Er werden troepen van de VN
gestationeerd (UNEF) langs de grens van Isra�l en Egypte en in de Gaza strook om de status-quo te handhaven.
(kaart suezcrisis zie: http://www.hasbara.nl/1956.jpg)
Opnieuw waren er aanvallen van Arabische terroristen langs de Egyptische en Jordaanse grens
en vanuit Syri�. Er ontstond een grote troepen opbouw van Arabische legers langs de grenzen met Isra�l.
Grote troepen van het Egyptische leger stationeerden zich in de Sinai woestijn. Nasser stuurde de VN troepen weg
en sloot opnieuw de Staat van Tiran af. Dit in strijd met de afspraken die waren gemaakt na 1956.
Voor Isra�l was het duidelijk dat de Arabische buurlanden op het punt stonden opnieuw
een oorlog tegen Isra�l te beginnen. Isra�l besloot niet af te wachten en viel op 5 juni 1967
Egypte aan gevolgd door aan tegenaanval op Jordaanse troepen in het oosten
en een aanval op Syrische troepen die Isra�l vanuit het noorden waren binnen gekomen.
Al na zes dagen had Isra�l de Arabische alliantie verslagen. Isra�l veroverde hierbij de Sinai woestijn
en de Gaza strook op Egypte, de Westbank op Jordani� (inclusief het Jordaanse deel van Jeruzalem)
en de Golan Hoogvlakte op Syri�. Deze veroverde gebieden zijn de "bezette gebieden" gaan heten.
Bezet door Isra�l na de oorlog die door de Arabische landen was uitgelokt.
Direct na de oorlog bood Isra�l aan om de bezette gebieden terug te geven in ruil voor vrede
en erkenning van de staat. De Palestijnse leiders en Arabische landen wilden van het begin
af aan echter "de joden de zee in drijven" en wezen het aanbod van Isra�l af.
(kaart zesdaagse oorlog zie: http://www.hasbara.nl/1967.jpg)
Op 22 november 1967 komt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties met resolutie 242.
De resolutie (=besluit van de overheid) is gebaseerd op het principe "land in ruil voor vrede".
Er staat onder andere dat Isra�l zich moet terugtrekken uit bezette gebieden. Maar ook dat er erkenning,
soevereiniteit en territoriale onschendbaarheid moet zijn voor elke staat in het Midden-Oosten
en dat elke staat recht heeft op veilige en erkende grenzen, vrij van dreigingen of geweld.
De resolutie is gericht aan zowel Isra�l als de Palestijnen en de buurlanden. Beide partijen worden
geacht hun deel van de resolutie uit te voeren. Maar als ��n van de partijen dit nalaat is
ook de andere partij niet meer moreel verplicht zijn deel uit te voeren.
Moreel, omdat deze resolutie behoord tot hoofdstuk 6 van de VN Veiligheidsraad
en daarmee een "adviserende" resolutie is en geen "bindende" resolutie.
In september 1968 begon Egypte de Uitputtingsoorlog tegen Isra�l. President Nasser van Egypte
wist dat het grootste deel van het Isra�lische leger uit reservisten bestond.
En hij dacht dat deze reservisten een langdurige uitputtingsoorlog niet zouden overleven.
De oorlog moest lang duren, economische gevolgen voor Isra�l hebben en gematigd zijn.
Gematigd omdat Egypte, niet de Westerse landen en Isra�l wilde uitlokken
om een algehele oorlog tegen Egypte te beginnen. Langs het Suez kanaal werden
regelmatig Isra�lische stellingen bestookt, en zelfs een Isra�lisch schip tot zinken gebracht.
Dit resulteerde in zware gevechten waarbij aan beide kanten vele slachtoffers vielen.
Dit eindigde in 1970 met een wapenstilstand.
In hetzelfde jaar stierf Nasser en werd opgevolgd door President Anwar Sadat.
Aan drie jaar van relatieve rust kwam op 6 oktober 1973 abrupt een einde aan die rust.
Egypte en Syri� kozen de heiligste dag van de joden uit (Jom kipoer) voor een verrassingsaanval op Isra�l.
Isra�l was totaal onvoorbereid en het duurde drie weken voordat Isra�l de oorlog had gewonnen.
De Egyptische troepen waren teruggedreven en Isra�l was Syri� tot 32 km van de hoofdstad Damascus genaderd.
Na twee jaar van moeizame onderhandelingen sloot Isra�l een wapenstilstand met Egypte en Syri�.
Isra�l trok zich vervolgens terug de delen die het tijdens de oorlog had veroverd.
In november 1977 bracht de Egyptische president Anwar Sadat een vredesbezoek aan Jeruzalem.
Dit resulteerde op 17 september 1978 in de ondertekening van de Camp David-akkoorden
door de Egyptische president Sadat en de Isra�lische premier Menachem Begin op het gazon
van het Witte Huis in Washington. De akkoorden werden getekend in het bijzijn van
de Amerikaanse president Jimmy Carter. De Camp David-akkoorden waren een raamwerk
voor vrede in het Midden-Oosten gebaseerd op resolutie 242 en 338.
Isra�l zou in ruil voor vrede de Sinai-woestijn teruggeven aan Egypte en de Palestijnen in de Gaza
en Westbank zouden hier na een overgangsperiode van vijf jaar, autonomie krijgen.
Zowel Egypte, Isra�l en Jordani� hadden hierin een belangrijke taak. Op 26 maart 1979 werd er
vrede gesloten tussen Isra�l en Egypte. In overeenstemming met de Camp David-akkoorden
gaf Isra�l hierna de Sinai terug aan Egypte. De Camp David-akkoorden werden echter
door de Arabisch wereld afgewezen en dit leidde tot een tijdelijke uitsluiting van Egypte uit de
Arabische Liga. Ook Jordani� wilde niet meewerken met als gevolg dat er van de autonomie
voor de Palestijnen niets terecht kwam. In 1970 wordt de PLO (Palestine Liberation Organization)
verbannen uit Jordani� en hergroepeert zich in Zuid Libanon. Van daaruit escaleert de PLO terreur
tegen het noorden van Isra�l. Dorpen en steden in het noorden worden met raketten bestookt
en er worden aanslagen gepleegd. Hierbij vallen vele Isra�lische slachtoffers. Op 6 juni 1982 vallen
Isra�lische troepen Zuid Libanon binnen om daar de terroristische infrastructuur van de PLO te vernietigen.
De operatie krijgt de naam: "Vrede voor Galilea".In september 1982 richten christelijke milities
een slachting aan in de Palestijnse dorpen Sabra en Chatila in Libanon. Dit gebeurde uit vergelding
voor de bloedbaden die de Palestijnen eerder hadden aangericht in de christelijke dorpen
waarbij honderden christenen werden vermoord. De Isra�lische troepen waren niet betrokken
bij de slachtingen in Sabra en Chatila, maar hadden deze wel moeten voorkomen.
Ari�l Sharon was in die tijd Minister van Defensie. Op 9 december 1987 loopt een rel in Gaza uit
op het begin van de 1e Intifada tegen Isra�l. Isra�l treedt hard op tegen de Palestijnen
maar komt daardoor in een kwaad daglicht te staan. Op 15 november 1988 roept
de Palestijnse Nationale Raad in Algiers een onafhankelijke Palestijnse staat uit.
Later dat jaar zegt de PLO onderleiding van Arafat resolutie 242 te aanvaarden.
Hiermee erkent Arafat de staat Isra�l en accepteert Amerika hem als gesprekspartner.
Op 2 augustus 1990 valt Irak Koeweit binnen waarna op 16 januari de 2e Golfoorlog begint.
Irak bestookte Isra�l met Scud-raketen maar onder druk van Amerika hield Isra�l zich afzijdig.
De PLO, onder leiding van Yasser Arafat, kiest de kant van Saddam Hoessein.
Op 13 september 1993 ondertekenen Jitschak Rabin en Arafat de "Declaration of Principles"
ook wel de Oslo-akkoorden genoemd in het bijzijn van President Clinton.
In de Oslo-akkoorden erkent Isra�l de PLO en de Palestijnse autonomie in Jericho en Gaza.
De PLO moet de staat Isra�l erkennen. Over de implementatie van het akkoord moeten Isra�l
en de PLO verder onderhandelen. Netelige kwesties als de status van Jeruzalem
en de Palestijnse vluchtelingen komen ook pas in een later stadium aan bod.
Op 26 oktober 1994 sluiten Isra�l en Jordani� een vredesakkoord op het Witte Huis in Washington.
1995 - 1997
Op 28 september 1995 ondertekenen Isra�l en de PLO de Oslo-2 akkoorden.
Hierin wordt geregeld dat Isra�l zich gefaseerd terugtrekt uit de belangrijkste steden
op de Westelijke Jordaanoever. Ook moeten er verkiezingen komen in de Palestijnse gebieden.
Op 4 november werd premier Jitschak Rabin in Tel Aviv vermoord door een Joodse extremist.
Shimon Peres werd zijn opvolger. December: Zoals overeengekomen in de Oslo-2 akkoorden,
trekt Isra�l zich terug uit de Palestijnse steden op de Westbank. (met uitzondering van Hebron)
Op 20 januari 1996 wordt Arafat met ruime meerderheid gekozen tot voorzitter van de Palestijnse Nationale Raad.
Van februari t/m april waren er vele zelfmoordaanslagen gepleegd door de terreurorganisatie Hamas.
Vele tientallen Isra�lische burgers werden in deze maanden door Hamas vermoord.
Deze golf van terreur, die de Palestijnse Autoriteit toeliet, had grote invloed op
de Isra�lische verkiezingen van 29 mei. Hierdoor wint de rechtse Benjamin Netanyahu
(Likoed partij) de verkiezingen. 17 januari, Isra�l gaat akkoord met het overdragen van 80% van Hebron.
1998 - 1999
Isra�l en de PLO ondertekenen het Wye River Memorandum waarin de nog na te komen
verplichtingen van beide partijen staan beschreven. Isra�l trekt zich vervolgens terug uit
nog eens 2% van de Westbank waardoor nu meer dan 95% van de Palestijnen onder het gezag van de PA vallen.
15 december. Er is een ontmoeting tussen president Clinton, Netanyahu en Arafat.
Het blijkt dat de Palestijnen niet hebben voldaan aan hun verplichtingen van het Wye akkoord.
De Isra�lische regering besluit vervolgens om Wye niet te ratificeren.
Op 17 mei wint de linkse premier Ehud Barak (Arbeidspartij) de vervroegde Isra�lische verkiezingen.
2000
Overdracht delen Westbank
terugtrekking uit Libanon
mislukte top Camp David
begin 2e intifada
Isra�l draagt opnieuw delen van de Westbank over aan de PA.
Meer dan 97% van de Palestijnen valt nu onder het bestuur van de PA.
Op 24 mei trekt Isra�l zich eenzijdig terug uit geheel Zuid-Libanon.
Op 12 juli begonnen de onderhandelingen tussen Isra�l en de PA in het Amerikaanse Camp David.
De onderhandelingen tussen Barak en Arafat werden geleid door president Clinton.
Na twee weken onderhandelen mislukte de top. Barak en Clinton leggen de schuld
voor het mislukken bij Arafat. Vlak voor en tijdens deze onderhandelingen verhevigde
de Palestijnse terreur. Op 28 september bezoekt oppositieleider Ari�l Sharon het Tempelplein in Jeruzalem.
Ook al heeft hij het volste recht daar te komen, wordt zijn bezoek uitgelegd als zijnde een provocatie.
Een dag later geeft Arafat het startsein voor het begin van de 2e intifada en noemt het bezoek
van Sharon aan het Tempelplein als de aanleiding. Het begint met Palestijnse kinderen
die massaal worden ingezet tegen Isra�lische militairen en eindigt met vele bloedige aanslagen
op Isra�lische burgers. Vanaf september 2000 tot aan 1 februari 2004 zijn ruim 934 Isra�li�rs vermoord.
2001
: Taba onderhandelingen - Sharon
Op 21 januari beginnen in het Egyptische Taba, onderhandelingen over een definitieve vrede.
Arafat krijgt van Isra�l 97% van de Westbank aangeboden. Maar Arafat blijft vasthouden
aan de terugkeer van miljoenen Palestijnen naar Isra�l. Een absurde eis, waarvan Arafat weet
dat Isra�l die nooit zou willen en kunnen inwilligen! Op 6 februari wint Ariel Sharon de Isra�lische verkiezingen.
2002
: Operatie Beschermend Schild - Jenin
Op 4 januari onderschept de Isra�lische marine een illegaal Palestijns vrachtschip met
aan boord 50 ton Iraanse wapens bestemd voor de PA. Arafat ontkent elke betrokkenheid,
later blijkt dat hij weldegelijk de opdrachtgever was. Na een reeks van bloedige
Palestijnse aanslagen besluit Isra�l op 28 maart tot de uitvoer van Operatie Beschermend Schild.
Het doel van de operatie is het vernietigen van de terroristische infrastructuur op de Westbank,
het liquideren van terroristen en het verzamelen van informatie. Vooral in het hoofdkwartier
van Arafat in Ramallah, zijn zeer belastende documenten gevonden waaruit blijkt
dat Arafat persoonlijk betrokken was bij het plannen, uitvoeren en financieren van terroristische aanslagen.
Vanaf 29 maart word Arafat door het Isra�lische leger opgesloten in zijn eigen hoofdkwartier.
Amerika dringt er bij Isra�l op aan zijn leven niet in gevaar te brengen. Vanuit enkele kamers
in zijn hoofdkwartier heeft Arafat wel de vrijheid om de pers te woord te staan.
Tijdens Operatie Beschermend Schild wordt ook in de stad Jenin zwaar gevochten.
Vele huizen in Jenin blijken te dienen als uitvalsbasis voor de terroristen.
Isra�lische militairen gaan hier opzoek naar terroristen, een levensgevaarlijke klus
omdat bijna elk huis vol met explosieven zat. Na afloop van de actie spreekt de PA van een massaslachting.
Er zouden tussen de 500 en 1000 Palestijnse slachtoffers zijn. Deze informatie werd klakkeloos
overgenomen door de media. Toen later de waarheid aan het licht kwam werden deze beschuldiging ingetrokken.
Er kwamen ca. 56 Palestijnen om, merendeels leden van milities en terroristen.
Ook kwamen er 23 Isra�lische soldaten om.
2003
: vredesinitiatief ?routekaart?
De Likud partij wint de Isra�lische verkiezingen. Sharon blijft premier. Enigszins hoopgevend is
het vredesinitiatief van het 'kwartet' (VS,VN, EU en Rusland), dat is vastgelegd
in een zogeheten 'routekaart'. Dit plan voorziet in een stappenplan dat uit moet monden
in een Palestijnse staat in 2005: Eind april 2003, wanneer de eerste Palestijnse premier (Abu Mazen)
in functie komt (en de macht van Arafat in feite beperkt wordt), en nu de oorlog in Irak afgelopen is,
dwingen de VS, EU, VN en Rusland de Isra�lische en Palestijnse regeringen terug aan tafel
rond een nieuwe road map voor het gebied. Het nieuwe vredesplan verschilt echter niet van
het ontwerp dat al in december bekend is. Het gefaseerde plan kondigt 0een definitieve regeling aan
van het joods-Palestijnse conflict tegen eind 2005:
fase 1: tijdens de eerste maanden (mei, juni) moeten beide partijen vertrouwenswekkende maatregelen nemen.
De Palestijnen moeten werk maken van de ontmanteling van de terreurorganisaties;
de joden moeten de bouw van nederzettingen in bezet gebied bevriezen;
fase 2: tegen december moeten beide partijen overeenkomst bereiken over de stichting
van een Palestijnse staat binnen de voorlopige grenzen;
fase 3: twee jaar wordt voorzien voor een definitieve regeling van alle geschillen
tussen beide staten. Midden mei aanvaardt de Isra�lische regering het plan,
al stelt zij nog voorwaarden rond de stopzetting van de terreur. Dat Sharon in principe
de Palestijnse onafhankelijkheid genegen is, is een nieuw feit. Ongetwijfeld werd
de Amerikaanse druk te groot: de VS willen werk maken van vrede in Isra�l,
nu zij ingezien hebben dat het internationaal anti-westers en -Amerikaans terrorisme
enkel bestreden kan worden met een aanpak van het joods-Palestijnse probleem.
Bij de eerste joods-Palstijnse top in drie jaar en tevens de eerste ontmoeting tussen Sharon
en de kersverse Palestijnse premier Abu Mazen in het voorjaar van 2003 in het Jordaanse Aqaba
(in aanwezigheid van o.a. de Amerikaanse president Bush) belooft Sharon
een Palestijnse staat te zullen erkennen, mits de Palestijnen het geweld stopzetten.
Zijn 'gebaar van goede wil' bestaat erin de voorpost-nederzettingen in de Bezette Gebieden
(de zgn. 'niet-toegelaten kolonies) op te ruimen: een klein gebaar, want het gaat om slechts
een handvol (soms niet eens permanent bewoonde) containers of barakken
(waarvan er enkele 's anderendaags alweer terug op hun oude plek staan). Bush eist echter
dat werk gemaakt wordt van een herziening van de nederzettingenpolitiek in zijn geheel.
Tegen Sharons beloften wordt meteen massaal betoogd in Isra�l door voorstanders van
de nederzettingen. Radicale Palestijnen proberen het plan te kelderen door de aanslagen
op te voeren: midden juni worden 4 Isra�lische soldaten gedood bij een grenspost,
waarop het leger tracht Hamas-woordvoerder Rantisi te vermoorden, waarop een bus
met 16 mensen opgeblazen wordt in Jeruzalem, waarop Isra�l een tiental Palestijnen
(onder wie Hamas-militanten) ombrengt, enzoverder. Zowel Arafat als Abu Mazen
veroordelen het Palestijnse �n Isra�lische geweld; Sharon zegt zich te houden
aan de afspraken van het plan, maar niet te zullen ophouden met het aanpakken van Palestijnse terroristen.
Om te beletten dat het plan al dood voor er goed en wel begonnen is met de uitvoering ervan,
stuurt Bush een speciale gezant naar de regio en komt buitenlandminister Powell nog eens
de plooien glad strijken. Tevergeefs, het geweld neemt in de loop van 2003 weer toe,
nadat Hamas en de Islamitische Jihad het staakt-het-vuren opheffen
(omdat Isra�l verder jacht maakt op terroristen). Inmiddels rommelt het in de Palestijnse Autoriteit
en neemt Abu Mazen in september ontslag.
2004
: Liquidatie leider(s) Terreurorganisatie HAMAS- Bush steunt Sharon
Isra�lische helikopters met drie raketten de oprichter en geestelijk leider van HAMAS,
sjeik Achmed Yassin, gedood. Volgens Isra�l is de liquidatie van Yassin geen daad van wraak.
Het maakte deel uit van de aanhoudende strijd van Isra�l tegen het terrorisme en zijn bronnen."
De bloedige terreur van HAMAS
Yassin wordt door Isra�l gezien als de grootste bedreiging voor vrede in het Midden-Oosten.
Achter het vriendelijk lachende oude mannetje in zijn rolstoel gaat een aartsterrorist schuil.
Een terrorist die tegen alle vredesonderhandelingen met Isra�l was en die persoonlijk opdracht gaf
tot het doden van honderden onschuldige burgers en het verminken van nog eens duizenden.
Een terrorist die tegen alle vredesonderhandelingen met Isra�l was en die wat Osama bin Laden
is voor de rest van de wereld, was Yassin voor Isra�l. De in 1987 opgerichte HAMAS heeft
maar ��n doel: Het vernietigen van de zionistische entiteit (Isra�l) en het vestigen van
een Islamitische republiek in Palestina van de Zee tot de Rivier (van de Middellandse Zee
tot de Jordaan) HAMAS maakt geen onderscheid bij het kiezen van haar slachtoffers.
Zowel Isra�lische burgers, schoolgaande kinderen, militairen, Palestijnse "collaborateurs"
en toeristen waren een doelwit. Met de steun van Syri� en Iran wist HAMAS uit te groeien
tot een complexe organisatie die inmiddels in verschillende delen van de wereld ondergronds actief is.
Palestijnse protesten en dreigementen.
Na de liquidatie van Yassin gingen duizenden Palestijnse demonstranten de straten op.
Onder hen leden van verschillende Palestijnse terreurgroepen.
Hun boodschap was duidelijk, Isra�l zal deze aanslag met veel bloed moeten bekopen.
HAMAS heeft niet alleen Isra�l, maar ook Amerika de oorlog verklaard.
En ook de Al-Aqsa Martelaren Brigades kondigen een snelle vergelding aan.
De VS heeft de aanslag niet expliciet veroordeeld maar roept beide partijen op
tot terughoudendheid en kalmte. De Europese Unie daarentegen noemt de liquidatie
zonder voorgaand proces een aanslag op de menselijkheid.
Veroordelingen Wereldwijd is de aanslag veroordeeld. Er wordt gevreesd voor een escalatie van het geweld in het Midden-Oosten.
De toekomst Isra�l heeft aangegeven door te gaan met het bestrijden van de terreur
en zegt dat op de lange termijn de liquidatie HAMAS ernstig zal verzwakken.
Wat waarschijnlijk ook meespeelt is dat Isra�l zich binnen een jaar ?geheel? wil terugtrekken
uit Gaza en nog voor die tijd de HAMAS zoveel mogelijk wil verzwakken.
Of dit ook inderdaad zo zal zijn valt nu nog niet te zeggen. 23 maart:Rantisi nieuwe leider Hamas.
Abdel Aziz Rantisi volgt Yassin op als leider en publiek gezicht voor Hamas.
In het voetbalstadion van Gaza verzamelden zich duizenden Palestijnen om de toespraak
van het nieuwe gezicht van Hamas te horen. Rantisi: Wij zullen overal tegen hen strijden.
We zullen ze overal treffen. We zullen overal jacht op ze maken. We leren ze lessen in confrontatie.
Isra�l gaat door met liquidatiebeleid. De Isra�lische Minister van Defensie Shaul Mofaz zegt
jacht te gaan maken op alle kopstukken van Hamas en andere terreurgroepen.
"Als we doorgaan, in een vastberaden weg, met onze aanvallen tegen Hamas
en andere terreurgroepen, inclusief acties tegen deze leiders, zullen wij meer veiligheid
brengen voor de Isra�lische burgers." aldus Mofaz. Uit een opiniepeiling van de Isra�lische krant
Yediot blijkt dat 60% van de Isra�lisch volk achter de liquidatie van Yassin staat.
81% denkt echter wel dat de liquidatie zal leiden tot meer aanslagen.
Direct na de liquidatie van Yassin dreigde Rantisi en andere hamasleden dat ook de VS nu een doelwit is.
Maar een paar dagen later kwam Rantisi hierop terug.
14 april:
Bush steunt plan Sharon voor terugtrekking uit Gaza. Vandaag had premier Sharon
een gesprek met president Bush over het plan van Isra�l voor eenzijdige terugtrekking
uit de Gazastrook. Na afloop sprak Bush van een moedig Isra�lisch besluit en zij verder
dat Isra�l een claim heeft op enkele delen in de Westbank. Hierbij doelde de president
op enkele grote nederzettingen die Sharon definitief wil behouden na een terugtrekking uit Gaza.
Voor Bush is het duidelijk dat deze grote "nederzettingen" een realiteit zijn die
niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt.
Bush zij verder dat de Palestijnse vluchtelingen zich moeten gaan vestigen in
een toekomstige Palestijnse staat en niet Isra�l. Volgens Bush is het de verantwoordelijkheid van Palestijnen,
Europeanen en Amerikanen om mee te helpen met de realisatie van een vreedzame Palestijnse staat.
De Palestijnse premier Qurei is woedend en noemt het onaanvaardbaar dat Isra�l
de nederzettingen mag behouden.
17 april: Isra�l liquideert Hamas-leider Rantissi.
Abdelaziz al-Rantissi, opvolger van de een maand geleden door de Isra�li's gedode Hamasleider
sjeik Yassin, is zaterdagavond in Gaza-stad bij een gelijkaardige raid met
Isra�lische legerhelikopters gedood. Dat is vernomen in het Palestijnse ziekenhuis
waar de zwaargewonde al-Rantissi naartoe was gebracht.
Van Isra�lische zijde werd bevestigd dat al-Rantissi het object was van een "gerichte liquidatie".
Bij de raid op het voertuig waarin de Hamasleider zich bevond, werden ook twee van
Rantissi's lijfwachten gedood. Ook vijf of zes toevallige voorbijgangers liepen
bij de explosie verwondingen op. Vorig jaar al was Rantissi, tot voor de moord op
Yassin woordvoerder van de radicale beweging, het slachtoffer van
een Isra�lische "liquidatiepoging". Toen kwam hij er nog met lichte verwondingen vanaf.
Rantissi (56), kinderarts van opleiding en vader van zes kinderen, gold als de "nummer twee"
van Hamas, na Yassin. In 1992 was hij door Isra�l naar Libanon uitgewezen.
Na zijn terugkeer werd hij herhaaldelijk opgepakt, zowel door de Isra�li's als -na zware Hamas-aanslagen-
in opdracht van de Palestijnse president Yasser Arafat. Hoogstwaarschijnlijk wordt
Rantissi opgevolgd door de voormalige nummer 3 van HAMAS. Dit zou voor HAMAS
de derde leider in nog geen maand tijd zijn.
HOME