Yasser Arafat
Vroegere Palestijnse President.
24 augustus 1929 - Yasser Arafat wordt in Ca�ro geboren.
1948: Arafat vecht mee in tegen Isra�l in de eerste Arabisch-Isra�lische oorlog.
1959: Arafat richt de Palestijnse beweging Fatah op.
1969: Arafat wordt voorzitter van de in 1964 opgerichte PLO.
16 september 1970: Arafat wordt door koning Hoessein uit Jordani� verdreven.
13 november 1974: Arafat spreekt voor de eerste keer de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe over het Palestijnse vraagstuk.
1990: Arafat kiest in de aanloop naar de Golfoorlog de zijde van Saddam Hoessein.
1993: Arafat tekent de Oslo-akkoorden met Isra�l.
1994: Arafat ontvangt samen met Yitzhak Rabin en Shimon Peres de nobelprijs voor de vrede.
2000: Arafat weet geen overeenkomst te sluiten met premier Ehud Barak van Isra�l.
2000: Arafat roept op tot de tweede, bloedige Intifada.
11 november 2004: Arafat sterft in een ziekenhuis in Parijs.
Nog even verder over Yasser Arafat vanaf 2002:
In 2002 verklaren Isra�l en Amerika dat Arafat "besmet is met terrorisme" en verklaren hem "irrelevant".
Arafat wordt sinds die tijd vastgehouden door Isra�l in zijn hoofdkwartier te Ramallah.
President Bush wil dat Arafat de macht over de Palestijnse gebieden overdraagt.
Na zware druk stemt Arafat toe met de komst van een Palestijnse premier. In 2003 wordt dat Mahmoud Abbas.
Helaas blijkt Arafat achter de schermen de touwtjes nog steeds in handen te hebben.
Abbas krijgt van Arafat geen speelruimte en besluit op te stappen. Abbas wordt opgevolgd door Ahmed Qurei,
die ook de onoffici�le opvolger van Arafat is na diens overlijden. De gezondheid van Arafat blijkt al jaren erg slecht te zijn.
Zo lijdt hij aan de ziekte van Parkinson. Zijn toestand verslechterd dermate dat Arafat op 28 oktober 2004
met spoed wordt overgebracht naar een Frans ziekenhuis. Dagenlang wordt er over zijn gezondheid gespeculeerd.
Er zou een ernstige bloedafwijking zijn geconstateerd maar wat Arafat precies mankeert blijft onbekend.
Ahmed Qurei, Mahmoud Abbas en minister Sha'at bezoeken Arafat op dinsdag 9 november.
Donderdagochtend werd zijn overlijden bekend gemaakt. Arafat is 75 jaar geworden.
Conclusie:
Arafat was een man met twee gezichten.
Naar zijn toespraken in het Engels moesten de Palestijnen en Arabisch landen niet luisteren,
wat hij vertelde in het Arabisch was wat hij echt meende. Wat Arafat hiermee bedoeld is duidelijk:
in het Engels veroordeelde Arafat het terrorisme, in het Arabisch riep hij er juist toe op.
Vele malen vergeleek Arafat de gesloten Oslo vredesakkoorden met de "vrede van Hudabiya".
Ook zijn uiterlijk vertoon sprak boekdelen. De sjaal in de vorm van Isra�l symboliseert Arafats doel,
het veroveren van geheel Isra�l waarin geen plaats is voor de joden.
Het legeruniform waar Arafat dag en nacht in rondliep symboliseerde zijn militante strijd tegen Isra�l.
Zelfs tijdens het sluiten van de vredesonderhandelingen hield hij symbolisch zijn legeruniform aan.
Ariel Sharon
Isra�lische Premier.
Ari�l Sharon is geboren in Isra�l, 1928.
Op 14 jarige leeftijd wordt hij lid van de Haganah, de Joodse ondergrondse die strijd voor een eigen staat.
Bij het uitbreken van de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948, diende hij als commandant van
een infanterie-eenheid en later als hoofd van een legereenheid die vergeldingsacties voor Arabische aanlagen uitvoerde.
Aan het einde van de oorlog werd hij benoemd tot Commandant van de Golani Eenheid.
Op 6 juni 1982 vallen Isra�lische troepen Zuid Libanon binnen om daar de terroristische infrastructuur van de PLO te vernietigen.
De operatie krijgt de naam: "Vrede voor Galilea" en blijkt een succes.
In september richten christelijke milities een slachting aan in de Palestijnse dorpen Sabra en Chatila in Libanon.
Dit gebeurde uit vergelding voor de bloedbaden die de Palestijnen eerder hadden aangericht
in de christelijke dorpen waarbij honderden christenen werden vermoord.
De Isra�lische troepen waren niet betrokken bij de slachtingen in Sabra en Chatila,
maar een regeringscommissie, die onderzoek deed naar de slachting oordeelt
dat de Isra�lische troepen deze wel hadden moeten voorkomen.
Ari�l Sharon was in die tijd Minister van Defensie en wordt daarom indirect verantwoordelijk gehouden voor het bloedbad.
De 2e Intifada, premier van Isra�l
In 1997, Netanyahu is inmiddels premier, wordt Sharon minister van Buitenlandse Zaken.
Als leider van de Likud partij bezoekt Sharon in september 2000 de Tempelberg.
Ook al heeft hij het volste recht daar te komen, wordt zijn bezoek uitgelegd als zijnde een provocatie.
Arafat geeft het startsein voor het begin van de 2e intifada en noemt het bezoek van Sharon
aan het Tempelplein als de aanleiding. In februari 2001 wordt Sharon gekozen tot premier van Isra�l.
Sharon wil hard optreden tegen de terreur en is niet bereid te onderhandelen met Arafat
die hij ziet als iemand die het terrorisme ondersteund en als obstakel voor vrede.
Arafat ontmaskerd en "irrelevant"
In januari 2002 onderschept de Isra�lische marine een illegaal Palestijns vrachtschip
met Iraanse wapens voor de PA. Arafat ontkent er iets mee te maken te hebben,
maar later worden er bewijzen gevonden voor Arafats persoonlijke toestemming.
Vooral in het hoofdkwartier van Arafat in Ramallah, zijn zeer belastende documenten gevonden
waaruit blijkt dat Arafat persoonlijk betrokken was bij het plannen, uitvoeren en financieren van terroristische aanslagen.
Amerika en Sharon verklaren Arafat "irrelevant". En Sharon wil Arafat het liefst verbannen.
Als gevolg van de 2e intifada en het harde optreden van Sharon tegen deze terreur,
stemmen de Isra�li�rs begin 2003 opnieuw voor Sharon als premier van Isra�l.
Sharon begint, onder druk van Amerika en de dreigende oorlog met Irak, opnieuw te onderhandelen met "gematigde" Palestijnen.
Conclusie
Sharon is voorstander van een Palestijnse staat, maar niet zonder voorwaarden.
Veiligheid voor Isra�l is voor hem een eerste prioriteit.
De terreur dient te worden aangepakt door de PA, als dat niet gebeurd,
dan moet Isra�l het met harde hand bestrijden.
Mahmoed Abbas
Nieuwe Palestijnse president na de dood van Yassar Arafat.
Mahmoed Abbas was de opvolger van Yasser Arafat en de eerste Palestijnse minister-president uit de geschiedenis.
Abbas staat beter bekend als Abu Mazen, zijn schuilnaam in de periode van de gewapende strijd tegen Isra�l.
Hij trad na 100 dagen af na een langdurige machtsstrijd met Arafat over de controle
van de Palestijnse veiligheidsdiensten. Bovendien maakt Isra�l geen einde aan de politiek
van liquidaties en nederzettingen. Op 10 september 2003 wordt hij officieel opgevolgd door Ahmed Qurei.
Opvolging Arafat: De opvolging van Yasser Arafat is altijd een heikele kwestie geweest binnen de PLO.
De Palestijnse leider doet lange tijd zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat geen
van zijn ondergeschikten zich als opvolger kan profileren. De meest genoemde naam is
die van Mahmoud Abbas, de toponderhandelaar voor de Palestijnen in het vredesproces.
Abbas is in feite de Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken en is met zijn keurige pakken
en vloeiende Engels het tegendeel van de altijd ongeschoren en in uniform geklede Yasser Arafat.
Door de gezichtsbepalende rol die Arafat opeist is Abbas bij het grote publiek niet bekend.
Maar achter de schermen heeft hij veel invloed. Zo ondertekent Abbas namens de PLO
de historische Oslo-akkoorden, in september 1993 in Washington.
In april 2003 levert Yasser Arafat onder grote druk van de internationale gemeenschap
een deel van zijn macht in en op 30 april wordt de gematigde Mahmoud Abbas be�indigd tot premier.
Met zijn aanstelling hopen de Amerikanen dat er een einde kan komen aan het geweld in het Midden-Oosten.
Achtergrond: Abbas, geboren in Galilea in 1935, vlucht na de stichting van de staat Isra�l naar Syri�,
waar hij rechten studeert aan de universiteit van Damascus. In de jaren zeventig studeert hij verder in Moskou.
In 1957 richt Abbas samen met Yasser Arafat de Fatag op, de belangrijkste vleugel van de PLO.
Het is het begin van de gewapende strijd en Abbas verandert zijn naam in Abu Mazen.
De Fatag wil desnoods met geweld afdwingen dat de verdreven Palestijnen naar hun dorpen terug kunnen keren.
De leden van de beweging trainen zichzelf en schaffen wapens en munitie aan.
In de jaren zestig en begin jaren zeventig plegen leden de Fatag een reeks bloedige aanslagen.
De wereld ziet Yasser Arafat als het gezicht van de beweging, Abbas blijft min of meer op de achtergrond.
Later wordt Abbas de meest gematigde politicus die de Palestijnen kennen.
In zijn studententijd heeft hij een groot netwerk opgebouwd in linkse kringen in Isra�l.
Die connecties gebruikt hij tijdens de geheime ontmoetingen in Noorwegen, die uitmonden in de Oslo-akkoorden.
Tijdens die onderhandelingen leidt hij de Palestijnse delegatie.
Bij zijn aanstelling als premier roept hij Hamas en de islamitische Jihad op om de wapens neer te leggen.
"Geweld wordt niet meer getolereerd", dit was een uitspraak van Abbas.
Ahmed Qurei
Palestijnse Premier van de Palestijnse autoriteit.
Hij vervangt Mahmoud Abbas, die aftrad na een langdurige machtsstrijd
met Arafat over de controle van de Palestijnse veiligheidsdiensten.
Ahmed Qurei wordt in Palestina ook wel Abu Alla genoemd.
Persoonlijk: Qurei wordt geboren
in Abu Dis nabij Jeruzalem in 1937. Hij stamt uit een rijke familie. Van beroep is hij bankier
maar geeft deze carri�re in 1968 op om zich aan te sluiten bij al-Fatah, de beweging van Arafat.
Loopbaan: In 1989 wordt hij in het Centraal Comit� van al-Fatah gekozen.
Hij is sinds 1996 voorzitter van het 88 leden tellende Palestijnse parlement,
de Palestijnse Wetgevende Raad. Qurei is hiervoor minister van Economie en Handel
en bewindsman op het ministerie van Industrie. Daarvoor nog is hij verantwoordelijk
voor de financi�n van de PLO. Hij is dan de baas van Samed, het industri�le- en
investeringsfonds dat de PLO financiert.
Qurei en Abbas: Er zijn veel overeenkomsten tussen Qurei en Abbas.
Beiden staan een gematigde politiek voor en beide zijn afkomstig uit de oude garde rond Arafat.
Net als Abbas vecht Qurei al jaren aan de zijde van de Palestijnse president.
En beide mannen volgen de leider van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) in ballingschap.
Populariteit: Qurei staat bekend als een tolerant persoon. Maar net als Abbas is hij onder gewone Palestijnen
niet bijzonder populair.
Zij zien hem als een aristocraat. En evenals Abbas heeft hij geen machtsbasis binnen de PLO en al-Fatah.
Arafat blijft de sterke man op de achtergrond. Voor de Verenigde Staten en Isra�l lijkt hij
een acceptabele opvolger van Abbas. In februari sprak hij nog met de Isra?lische premier Sharon.
Opvolger Arafat: Volgens een nog niet geratificeerde Palestijnse wet zou Qurei na de dood
van Arafat tijdelijk het leiderschap van de Palestijnse Autoriteit op zich nemen
en binnen 45 dagen verkiezingen moeten organiseren.
Abdel Aziz Al-Rantissi
Hamas-leider.
Al-Rantissi werd geboren in Yubna, nabij de huidige Isra�lische stad Yavne.
Dat was in het toenmalig Britse mandaatgebied Palestina. Hij groeide op in het vluchtelingenkamp van Khan Yunis.
Vervolgens studeerde hij voor arts in Egypte. Hij zou uiteindelijk kinderarts worden.
In Egypte raakte hij ook ge�nspireerd door het Moslimbroederschap.
Hij is verschillende keren gevangen genomen door Isra�l en ontsnapte al eens aan een poging tot liquidatie.
Ook de Palestijnse Autoriteit heeft hem meerdere malen gevangen genomen voor zijn kritiek op Yasser Arafat.
Van al deze voorvallen werd hij niet echt populairder bij het volk.
Sinds zijn terugkeer in 1993 uit de door Isra�l opgelegde ballingschap in Libanon vanaf 1992
was hij een vooraanstaand woordvoerder van Hamas. Zoals de meeste Hamasleden was Al-Rantissi
tegen elk compromis met Isra�l
en voor de 'bevrijding' van geheel Palestina door jihad te voeren tegen de 'zionistische entiteit'.
Op 17 april 2004 werden Abdel Aziz al-Rantissi, zijn zoon Mohammed
en een lijfwacht gedood door een Isra�lische aanval met raketten op zijn auto.
Hij noemde de Amerikaanse president, George W. Bush, een vijand van God, de islam en de moslims.
Ahmed Yassin
Geestelijk leider van de Palestijnse Hamas-beweging.
Ahmed Yassin was de oprichter en geestelijk leider van de Palestijnse Hamas-beweging.
Op 22 maart 2004 wordt hij gedood tijdens een aanval van de Isra�lische luchtmacht op Gaza.
Achtergrond: Sjeik Yassin wordt in 1938 in een vissersdorp nabij Ashkelon geboren.
Dat valt dan nog onder het Britse mandaat. Na de stichting van de staat Isra�l in 1948 vlucht hij
met zijn familie naar de Gazastrook. Deze tragische gebeurtenis vormt zijn denkbeelden voor de rest van zijn leven.
Hij raakt verlamd op twaalfjarige leeftijd bij een partijtje voetbal in het vluchtelingenkamp Shati.
Ondanks zijn lichamelijke beperking weet hij zijn middelbare school af te ronden.
Hierna vertrekt hij naar Egypte voor een universitaire studie.
In Ca�ro vindt het tweede belangrijke voorval van zijn leven plaats.
Hij komt in aanraking met de moslimfundamentalistische Moslim Broederschap.
Na een jaar moet hij vanwege geldgebrek weer terug naar de Gazastrook,
maar zijn toekomst ligt voor hem vast.
Terug in Gaza doceert hij Islam en Arabisch en raakt hij betrokken bij de lokale afdeling van de Moslim Broederschap.
In de jaren zeventig vormt hij zijn eigen fundamentalistische beweging.
Isra�l steunt in deze tijd deze groeperingen als tegenhanger van al-Fatah van Yasser Arafat.
Onder invloed van de Iraanse islamitische revolutie in 1979 radicaliseert ook sjeik Yassin.
Hij wordt vijf jaar later voor het eerst gearresteerd door de Isra�li's wegens illegaal wapen- en explosievenbezit.
Een jaar later komt hij na een gevangenenruil weer op vrije voeten.
Hamas: Na het uitbreken van de eerste intifada*=opstand in 1987 richt hij de Islamitische Verzetsbeweging op.
Het acroniem in het Arabisch hiervan is Hamas, dat ook ijver betekent.
Hamas kent een politieke vleugel en een militaire tak, de Izz al-Din al-Qassam Brigade,
die verantwoordelijk is voor veel zelfmoordaanslagen.
Hamas is ook een charitatieve instelling. Het heeft een uitgebreid sociaal programma
en bouwt scholen, ziekenhuizen en deelt voedsel uit. Financiering komt vooral van Arabieren uit de Golf-regio,
maar volgens Amerikaanse inlichtendiensten ook van Iran.
Gevangenis: Twee jaar nadat hij Hamas heeft opgericht, verdwijnt Yassin weer in de gevangenis.
Een Isra�lische rechtbank veroordeelt hem tot levenslang. Hij zou opdracht hebben gegeven
om twee Palestijnen die verdacht worden van drugshandel en collaboratie met de Isra�lische politie, te vermoorden.
In de gevangenis groeit Yassin uit tot het symbool van het Palestijnse verzet.
Hij komt in 1997 vrij na een deal tussen Isra�l en Jordani�. Amman laat in ruil twee Isra�lische geheim agenten vrij
die hebben geprobeerd de vertegenwoordiger van Hamas in Jordani� te doden.
Ster: Na zijn vrijlating begint de ster van de fragiele Yassin te rijzen.
Hij verschijnt regelmatig met zijn hoge piepstem in de internationale media.
Terwijl de populariteit van Arafat taant, neemt die van de geestelijk leider van Hamas steeds verder toe.
De relatie tussen beide leiders kent zijn voor- en tegenspoed. Yassins verzet tegen Oslo
en de zelfmoordaanslagen van Hamas leiden tot spanningen. Pogingen om hem onder huisarrest te plaatsen,
lopen uit op confrontaties tussen de Palestijnse politie en aanhangers van Hamas.
Door corruptie binnen de Palestijnse Autoriteit, het mislukken van de Oslo-Akkoorden,
het Isra�lische beleid van nederzettingen en liquidaties en de economische malaise
in de Palestijnse gebieden groeit de aanhang en het aanzien van Hamas en daarmee van de 'sjeik van de intifada'.
Isra�l: Yassin laat zo nu en dan een verzoenende toon horen.
Zo laat hij weten bereid te zijn tot een tijdelijk bestand als Isra�l concessies zal doen.
Het moet volgens hem de bezette gebieden opgeven, nederzettingen ontruimen
en Oost-Jeruzalem tot hoofdstad van een Palestijnse staat maken.
Toch laat de sjeik iedere keer weten dat dit niet zijn uiteindelijke doel is.
Isra�l moet wat hem betreft van de kaart verdwijnen, gaat het niet goedschiks dan kwaadschiks.
Een opgaan van de joodse staat in Palestina is volgens hem de oplossing van het conflict.
Opmerkelijk: Naast zijn verlamming is Yassin blind aan het rechteroog en gedeeltelijk blind aan zijn linkeroog.
Hij leidt aan verschillende ziektes aan zijn maag en heeft bronchitis.
Volgens Hamas komt dit door langdurige martelingen tijdens zijn gevangenschap.
Ehud Barak
Barak werd geboren in 1942 in Kibbutz Mishmar Hasharon.
Hij ging bij het Isra�lische leger in 1959 en was soldaat en commandant van een eliteafdeling,
hij was ook commandant van de Tank Brigade en de pantserdivisie en Generale Staf posities,
inclusief Hoofd van de IDF Intelligence Branch.
Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 diende Barak het leger als commandant van een verkenningsgroep,
en in de Yom Kippoer-oorlog in 1973 was hij commandant van het tankbataljon op het zuidelijk front in de Sina�.
In januari 1982 werd hij benoemd tot Hoofd van de IDF Planning Branch en bevorderd tot majoor-generaal.
In 1982 tijdens de operatie Vrede voor Galilea, deed majoor-generaal Barak dienst
als plaatsvervanger van de commandant van de Isra�lische strijdkrachten in Libanon.
In april 1983 werd Barak benoemd tot Hoofd van de Intelligence Branch aan het IDF Generaal Hoofdkwartier.
In januari 1986 werd hij benoemd tot commandant van het IDF Central Command en in mei 1987 tot plaatsvervangend stafchef.
In april 1991 nam hij de post als de 14de chef van de generale staf aan en werd hij bevorderd tot luitenant-generaal,
de hoogste rang in het Isra�lisch leger. Volgend op het ondertekenen van de Gaza-Jericho overeenkomst
met de Palestijnen in mei 1994, hield Barak toezicht over de hergroepering van het IDF in de Gazastrook en Jericho.
Hij speelde een centrale rol in het be�indigen van het vredesverdrag met Jordani� in 1994,
en ontmoette zijn Syrische tegenhanger als deel van de onderhandelingen tussen Syri� en Isra�l.
Generaal Barak kreeg een uitzonderlijke dienstmedaille en 4 andere onderscheidingen voor moed en uitzonderlijke prestaties.
Barak heeft een B.Sc. in Fysica en Wiskunde van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem (1976)
en een M.Sc. in Engineering-Economic Systems van de Stanford Universiteit in Californi� (1978).
Hij was Minister van Binnenlandse Zaken van juli tot november 1995 en Minister van Buitenlandse Zaken
van november 1995 tot juni 1996. Verkozen tot de Knesset in 1996, was hij lid van de Knesset-comit�s
voor Buitenlandse Zaken en Defensie. In 1996 werd Barak verkozen tot voorzitter van de Arbeiderspartij
en in 1999 vormde hij ��n Isra�lische partij uit de fracties van Labor, Gesher en Meimad.
Ehud Barak werd verkozen tot eerste minister van Isra�l op 17 mei 1999.
Hij stelde zijn regering voor aan de Knesset op 6 juli 1999, ervan uitgaande dat hij het ambt van eerste minister
en Minister van Buitenlandse Zaken bekleedde. Hij be�indigde zijn termijn op 7 maart 2001,
waarop hij een nederlaag leidde bij de speciale verkiezingen voor premierverkiezing in februari door Ari�l Sharon.
HOME